Vorig jaar kocht ik een bamboo tandenborstel. Ik had er al bijna trots een foto van op Instagram geplaatst. Maar ineens schaamde ik me. De reden dat ik een nieuwe handtandenborstel nodig had, was namelijk dat ik naar Ibiza ging. Vliegen. Die bamboo tandenborstel voelde ineens als een vlag op een modderschuit. En dus repte ik er verder met geen woord over.

Groene specialismes

Vanaf het begin van mijn ‘groene reis’ ben ik al bezig met zoeken naar de zin en onzin van bepaalde duurzame keuzes. Met welke keuzes kun je nu echt impact maken en hoe zorg je dat je op een constructieve manier je eigen footprint verkleint?

Dat verkleinen van je footprint kan op heel veel verschillende manieren en vlakken. Er zijn dan ook veel specialismes binnen het groene wereldje. Hoewel ik mezelf nog steeds als een ‘allrounder’ beschouw, merk ik dat mijn focus vaak op vegan eten ligt (simpelweg omdat ik heel erg van koken, bakken en eten houd). Maar veganisme is nog maar één van die specialismes. Je kunt bijvoorbeeld ook bezig zijn met duurzame mode, niet-vliegen, groene energie, kringloopwinkelen, moestuinieren, eco beauty, tiny wonen en natuurlijk ouderschap. Of met zero-waste.

Wat is zero waste?

De zero waste beweging heeft als doel om producten te hergebruiken en te recyclen in plaats van weg te gooien of verbranden als afval. Het streeft een gesloten kringloop na waarin afval niet bestaat. De Zero Waste International Alliance geeft als exacte definitie:

Zero Waste: The conservation of all resources by means of responsible production, consumption, reuse, and recovery of products, packaging, and materials without burning and with no discharges to land, water, or air that threaten the environment or human health.

Het gaat dus in de basis om het produceren en consumeren (of eigenlijk: consuminderen) van producten zonder verlies van grondstoffen. Een mooi streven als je het mij vraagt. Ik vind de zero waste beweging dan ook een geweldige beweging. Het is één groot pleidooi voor de waarde van grondstoffen en materialen. Het is ook een belangrijk onderdeel van de transitie naar een circulaire economie, waar ik heilig in geloof. En het maakt je heel erg bewust van hoeveel onnodige verpakkingen we er schijnbaar achteloos doorheen slijten.

Maar toch heb ik er ook moeite mee.  

Moeite met zero waste

Waarom? Omdat het f**king veel moeite kost om helemaal zero-waste door het leven te gaan. En nu vind ik dat op zichzelf geen goed argument om iets niet te doen – dat iets veel moeite kost. De mooiste dingen ontstaan als je er juist wel een beetje moeite voor moet doen. Maar het gaat mij in dit geval om het psychologische effect daarvan. Als je namelijk heeeeel erg je best doet om op een bepaald vlak alles perfect te doen, is de kans groot dat je jezelf op andere vlakken veel meer slippertjes permitteert. Of dat je blind raakt voor de nadelige side-effects van je streven.

Ik betrap mezelf er ook op. Laat ik weer even teruggaan naar eten (dat kan ik immers goed 😉). Ik weet namelijk heus wel dat het kweken van avocado’s heel erg veel water vergt. Avocado’s staan alles behalve te boek als milieuvriendelijke etenswaren. Maar ik eet er toch zeker 2 per week weg. Ik wéét dat het een zonde is. Maar ik sta het mezelf toch toe. Omdat ik verder vlees en zuivel – voedselgroepen met een onwijs grote ecologische footprint – links laat liggen. Met andere woorden: mijn hoofd vindt dat ik al goed genoeg bezig ben, dus dat ik verder best mag zondigen.

Even terug naar de moeite die mensen steken in zero-wasten. Het valt me namelijk al een tijdje op dat fanatieke zero-wasters heel erg met ‘kleine dingen’ bezig zijn. Natuurlijk: alle kleine beetjes helpen. Maar niet als je daardoor blind raakt voor het grotere geheel.

Je kunt bijvoorbeeld met de allerbeste intenties en al je glazen potten en netzakjes de auto pakken naar de verpakkingsvrije winkel (want laten we eerlijk zijn: verpakkingsvrije winkels zitten lang niet bij iedereen om de hoek). Maar dat autoritje naar die winkel zorgt al voor meer CO2 uitstoot, dan alle verpakkingen die je in de buurtsuper zou kopen bij elkaar. Je kunt aan de slag gaan met herbruikbare wattenstaafjes, tandenstokers en wattenschijfjes, maar vervolgens wel elke dag vlees eten. Of dus – laat ik nog maar eens even hand in eigen boezem steken – heel enthousiast een bamboo tandenborstel kopen, om er vervolgens vrolijk mee in het vliegtuig te stappen. Daarmee doe je in één klap al je goede bedoelingen teniet.

(Eenmalig) plastic als de duivel

Een ander moeilijk puntje van zero waste in mijn ogen, is dat er heel erg geageerd wordt tegen plastic. In de basis ben ik het daar natuurlijk óók mee eens. Er is véél te veel plastic op de wereld. En veel van dat plastic komt na gebruik ook nog eens terecht op plekken waar het vooral niet terecht moet komen. Een hoop plastic – en dan vooral eenmalig plastic verpakkingsmateriaal – is bovendien simpelweg overbodig. Per stuk in plastic verpakte snoepjes in een grote plastic snoepzak bijvoorbeeld. Of plastic flesjes met “chique” water, terwijl we in Nederland heerlijk helder kraanwater in overvloed hebben. Dat soort plastics kun je prima vermijden.

Wat mij betreft zou de wereld echt een betere plek zijn zonder al het overbodige plastic. Maar dat betekent niet dat ál het plastic verpakkingsmateriaal overbodig is.

Juist bij eten zorgt een plastic verpakking er vaak voor dat een product langer houdbaar is. Bovendien beschermen verpakkingen het voedsel tijdens transport en opslag. Groentes worden een stuk minder vaak weggegooid wanneer ze in plastic zijn verpakt. Niet alleen door mensen thuis, maar ook al in de supermarkt. Een groot deel van de voedselverspilling vindt juist daar plaats namelijk. En (plastic) verpakkingen helpen die voedselverspilling verminderen.

Ook daar kun je trouwens weer meer of minder duurzame keuzes in maken. En is het altijd nuttig om kritisch te zijn op je koopgedrag. Natuurlijk kun je beter een verpakkingsloze losse ui kopen dan voorgesneden ui in een plastic zakje (wat een onzin is dat namelijk). Maar wil je een keer voor het gemak een kant-en-klaar-maaltijd uit de supermarkt eten en voel je je schuldig over het plastic waar het in verpakt zit? Kies dan een maaltijd met een ‘weggooien is zonde’-sticker erop. Dan wordt tenminste zowel het eten als de verpakking niet verspild. En daarna natuurlijk netjes het plastic in de PMD bak gooien, dat heeft ook zin.

90% perfect

Ok, dit klinkt misschien allemaal een beetje verzuurd. Bijna alsof ik een pleidooi tegen zero waste ga houden. En niets is minder waar. Zoals ik al aangaf ben ik enorm fan van de visie achter de beweging. En vind ik het geweldig inspirerend om zero waste voorlopers (zoals Nicky en Jessie van Het Zero Waste Project) te volgen.

Maar wat ik eigenlijk bedoel te zeggen, is dat we – vooral op het vlak van zero waste – misschien geen perfectie moeten nastreven. Het is uiteindelijk beter voor het milieu om op meerdere vlakken een paar grote impactvolle aanpassingen te doen, dan op één vlak alles tot in perfectie te willen uitvoeren. Milieu Centraal spreekt bijvoorbeeld van ‘Klimaatklappers’. Wat zijn de aanpassingen die je kunt doen in je eigen levensstijl met de meeste impact?

Het is in dit licht volgens mij veel zinniger om je op de grote afvalstromen in je huishouden te richten en daar duurzame less-waste alternatieven voor te vinden (dat deden wij bijvoorbeeld met wasbare luiers), dan je schuldig te voelen als je een keer een komkommer in een cellofaantje hebt gekocht.

Want 90% perfect (of 80% of 70%) is ook Heel Erg Goed.

PS. Ik ben wel nog steeds heel blij met mijn bamboo tandenborstel, just so you know ;).

8 thoughts on “Mijn struggles met zero waste”

  1. Fijn artikel en ik begrijp jouw kant heel goed. Zero waste vind ik ook wel een extreme term, aangezien dat inderdaad onmogelijk is. Ik focus me daarom ook meer op ‘less waste’ dan ‘zero waste’. Omdat dit haalbaar en leuk is dan alles compleet te schrappen. Ik snap ook wel dat je het ‘grotere geheel’ sneller uit het oog verliest wanneer je je focust op de kleine dingen. Maar ik denk wel dat die kleine dingen tezamen al een grote impact hebben op het grotere geheel. Ook denk ik dat als je begint met kleine dingen, je ook misschien sneller nadenkt over de grotere dingen. Zo begon ik met vegetarisch eten en daarna zoveel mogelijk plantaardig en toen dat me makkelijk afging, ging ik bezig met het verminderen van afval en fair fashion. Het moet natuurlijk wel je interesse zijn en je moet het ook echt leuk vinden. Ook ik merk dat ik mezelf weleens compenseer; ik kocht dit shirtje tweedehands, dus nu mag ik iets van de H&M (of iets dergelijks). Denk dat dat het geheel ook wel leuk kan maken. Een alles of niets mentaliteit kan het ook heel zwaar maken. Maar ik snap je punt heel goed! 🙂

    1. Als ik het zo lees, denk ik eigenlijk dat we er precies hetzelfde over denken :). De zero in zero waste impliceert inderdaad een alles of niets mentaliteit. En die kan heel ‘gevaarlijk’ zijn, omdat je dan al je energie in het perfectioneren van iets steekt, terwijl je met die energie op andere vlakken veel grotere impact kan maken. Liever ga ik dus inderdaad voor less waste. Daar ben ik zeker groot voorstander van, want ik ben het er absoluut mee eens dat er zoveel grote stappen in het vermijden van afval zijn te zetten. De framing ‘afval heeft waarde’ is dan ook zeker een mooie.
      Wat je zegt over dat het aanleiding kan zijn om na te denken over andere dingen, dat vind ik wel een goed punt. Door met afvalvermindering bezig te zijn, ga je veel bewuster je dagelijkse routines onder de loep nemen. En als je die bewustzijn vervolgens meeneemt in andere vlakken, is dat zeker winst.

  2. Heel herkenbaar! Ik heb toevallig vandaag voor het eerst een bamboo tandenborstel gekocht . Ik weet dat het een druppel op een hete plaat is, maar ik vind ze er zo aardig uitzien en het oog wil ook wat 😉 Ik stoor me ook aan de enge focus in de media op klimaat en spreek zelf liever over planeetneutraal dan over klimaatneutraal. We zitten momenteel wel in een heel destructieve relatie met onze planeet en ik denk dat een circulaire economie de enige uitweg is.

    1. Maar ze zijn ook heel aardig, die bamboo tandenborstels ;). En druppels op de gloeiende plaat helpen inderdaad ook zeker. Ze moeten alleen niet het enige zijn wat je doet of je ervan weerhouden om emmers over die plaat te gaan gooien ;).
      Mooi om het inderdaad over planeetneutraal te hebben. Dan neem je naast CO2 uitstoot en klimaatverandering ook de grondstoffenvoorraad mee. Die term ga ik ook bezigen! En ik ben het helemaal met je eens dat de transitie naar een circulaire economie simpelweg noodzakelijk is.

  3. Ik herken veel in je gedachten, fijn stuk Amke! Ik focus me ook op ‘less waste’, omdat dat op termijn beter te doen en dus ook vol te houden is. Er zitten sowieso ook flinke schommelingen in hoe druk ik ermee bezig ben, in drukke tijden (of tijden dat ik zo min mogelijk tijd in winkels doorbreng, zoals nu) kies ook voor makkelijkere opties en dat gaat al snel samen met meer plastic verpakkingen.

    Ik denk trouwens wel dat een groot deel van het wegwerpplastic om vers voedsel overbodig zou zijn als we weer meer met het seizoen en uit de buurt zouden gaan eten (een ander onderwerp waar ik in praktijk absoluut mee worstel hoor, trouwens). Als de reis de die komkommer af moet leggen stukken korter is, is dat plastic waarschijnlijk minder hard nodig. Want uiteindelijk zijn de fossiele grondstoffen van dat komkommerplasticje wel voor áltijd weg als we het verbranden en dat is wel letterlijk ‘eeuwig zonde’. Ik geloof dan ook véél meer in zero waste als een onderdeel van een circulaire wereld waarin we heel anders aankijken naar afvalstromen en we gaan van grondstofverbruik naar steeds weer grondstofgebruik.

    1. Daar ben ik het absoluut mee eens, dat zero waste een essentieel onderdeel is van een circulaire wereld. En ook dat plastic verpakkingen veel minder noodzakelijk zouden zijn als ons voedsel een veel minder grote afstand zou afleggen. Er valt dus zeker op dat gebied nog veel te winnen. En het mooie is: als heel de keten circulair is ingericht, worden de keuzes die consumenten maken ook bijna automatisch duurzame keuzes.

      Wat betreft struggelen met lokaal / van het seizoen / biologisch eten: dat herken ik ook. Maar onlangs zijn wij lid geworden van de Odin (coöperatieve biologisch-dynamische supermarkt) en dat maakt het al zoveel makkelijker! Het is wel een stukje duurder qua dagelijkse boodschappen, dus ik kan me voorstellen dat het niet voor iedereen is weggelegd. Maar het winkelt zóveel relaxter. Simpelweg omdat je weet dat eigenlijk alles wat je daar koopt wel een goede stempel heeft. Je hoeft dus niet voor elk product opnieuw de afweging te maken, zoals ik wel in de ‘gewone’ supermarkt deed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *